|
Het thema van de Boekenweek was dit jaar ‘Mijn generatie’. De campagne belichtte hoe generaties opgroeien in verschillende tijden, hoe ze taal bepalen en hoe literatuur generatiekloven kan overbruggen. Ik vroeg me af of mijn kinderen en ik dezelfde taal spreken en of literatuur in ons gezin een verbindende rol speelt.
Met twee opgroeiende pubers in huis, van wie er één eindexamen doet dit jaar, zijn taal en boeken regelmatig een onderwerp van gesprek.
Mijn dochter praat letterlijk een andere taal. Ze volgt tweetalig onderwijs en praat het liefst in het Engels. Met frisse tegenzin schakelt ze voor mij over naar het Nederlands.
Ook mijn zoon past zijn taal voor mij thuis aan. Zit hij online met zijn vrienden te gamen, dan hoor ik hem hele andere taal bezigen.
Maar in de taal van de Nederlandse literatuur kunnen we elkaar vinden.
Zo staat Turks Fruit van Jan Wolkers op de leeslijst van mijn zoon. Ik trok het als puber uit de kast van mijn ouders en verslond het. Eindelijk een boek met echte, rauwe emoties. Het werd mijn lievelingsboek. Ik lees het elk decennium opnieuw en ontdek nog iedere keer nieuwe lagen.
Mijn zoon heeft er ook van genoten. Niet alleen van de seks scenes (alhoewel het voorlezen van zo’n scene aan zijn klasgenoten tijdens zijn presentatie hem veel lol heeft bezorgd), ook het liefdesverhaal en het thema ‘dood’ zijn hem niet ontgaan. Het boek leverde mooie gesprekken op over liefde, consent en de dood.
Alle drie lazen we Confettiregen van Splinter Chabot. Confettiregen opende mijn ogen. Het hielp me mijn queerdochter en alles waar ze doorheen gaat beter te begrijpen. Zelf was ze, net als ik trouwens, tot tranen toe geroerd door het boek. Het leverde mooie gesprekken op met onze dochter. Bijvoorbeeld over wat het betekent om queer te zijn in de huidige wereld.
Mijn zoon zette ook Confettiregen op zijn leeslijst. Volgens zijn docent Nederlands was Confettiregen geen literatuur. Mijn zoon verdedigde zijn keuze met passie. Hij stelde dat dit boek voor hem wel literatuur was omdat het hem diep geraakt had en hem aan het denken gezet had. En laat dat nou een van de kenmerken van literatuur zijn. Zo had de docent het de klas zelf geleerd.
Met mijn dochter ging ik naar de boekpremière van het nieuwe boek van Splinter Chabot, Twee Prinsen, in Amsterdam. De dag erna gingen we ook samen naar de boekpresentatie in Boekhandel Paagman zodat ze haar boeken kon laten signeren. ‘Blijf huppelen’ schreef Splinter voor haar in Confettiregen. Twee avonden genoten we samen van zijn sprankelende persoonlijkheid.
En dan zijn er nog de talloze kinderboeken die ik als kind kreeg voorgelezen en die ik ook aan mijn kinderen heb voorgelezen. Minoes van Annie M.G. Schmidt, De GVR van Roald Dahl om er een paar te noemen. Deze boeken vallen wat mij betreft onder de kinderliteratuur.
Zo zie je maar, al spreken we niet altijd dezelfde taal, literatuur van toen en nu heeft in ons gezin de kracht om generaties met elkaar te verbinden. |